Berichten over gehouden diensten

Drie dagen na midzomer: Sint Jansfeest

Print this entry

Het geheim van drie dagen

Drie dagen kunnen genoeg zijn om een ommekeer te bewerkstelligen.

Soms is het goed ergens een nachtje over te slapen. Dan laat je het aardse even los, geef je je over aan de wereld van de slaap en uit die wereld ontvang je dan de volgende dag weer opnieuw je aards bewustzijn. En dan blijken er vaak dingen veranderd. Het kan zijn dat waar je tegenaan kijkt veranderd is, en het kan ook zijn dat je merkt dat je zelf een ander denken, een ander gevoel of een andere houding hebt gekregen of ingenomen.

Het ritme van drie is een intensivering hiervan.

Drie dagen is de grote tijdsspanne die in het credo wordt genoemd als het over dood en opstanding gaat:

Toen overwon hij de dood na drie dagen. 

Tegelijk is duidelijk dat drie dagen iets anders zijn dan drie maal vierentwintig uur. Bij Christus is het goede vrijdag, stille zaterdag en paaszondag als kwalitatieve drieheid die zich in de tijd en in de sfeer van het aardse voltrekt. De aarde is sindsdien niet meer wat zij daarvoor was. Er is een kiem ingeplant, iets nieuws. Vanaf dat moment werkt in aarde en mensheid de Christus-impuls.

Uitgaande van deze grote en misschien wel nieuwe drieheid als tijdsritme kun je dan wakker worden voor wat Christus de wereld binnendraagt en zich in zijn andere drieheden uit.

In de mensenwijdingsdienst is de kleinste – naar de vorm dan- de drievoudige bekruizing aan het begin van ieder gedeelte van de dienst. Het is een gebaar dat naar de vorm snel voltrokken is maar een ontzaglijke dimensie heeft.  Deze bekruizing is tegelijk het doopgebaar. Wat je in de dienst bij herhaling aan je eigen gestalte voltrekt wordt in het sacrament voor de doop voltrokken aan de nieuwe mens die op aarde geboren is. Door “de doopgemeente” wordt deze mens in aanraking gebracht met deze kruistekens en daarmee verbonden met de namen en de substanties van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En deze mens wordt dan zelf genoemd met een eigen naam, de doopnaam. Naar de vorm is de bekruizing in de dienst de kleinste uitdrukking van de heilige drieheid. Naar de inhoud ben je dan meteen al bij het allergrootste en je bent waardig dat je naam, wie je bent als mens met de namen van de hoogste God wordt verbonden.

De andere drieheid van elke dienst is dat de woorden van de communie aan het altaar, door de priester voltrokken  bij brood en bij wijn telkens driemaal moeten worden gesproken. Met één keer uitspreken ben je  niet. Zodra het gesproken is moet het meteen herhaald worden en daarna nog een keer. En dan is het goed. Alsof je het telkens een zetje geeft.

Nu naar het grotere ritme van de christelijke feesttijden. Er is een hoogtepunt in het jaar, het feest waarvan je het gevoel kunt hebben dat vanaf iedere Adventstijd de weg wordt gegaan om tenslotte dit feest te kunnen vieren: Pinksteren. Als cultische feesttijd is het de kortste, namelijk drie dagen. Je zou hier bijna een credozin van kunnen maken:

Toen ontwaakte de Heilige Geest in de mens, na drie dagen. 

Alleen zou dat toch nog wat voorbarig zijn, want dit proces is duidelijk nog bezig zich te voltrekken en het vertoont alle kenmerken van vallen en opstaan. Dus het is wel zo, maar tegelijkertijd is het ook nog niet zo. Je merkt het ook daaraan dat mensen vaak eigenlijk niet goed weten hoe ze Pinksteren moeten vieren, het heeft nog iets wankels.

En daarmee zijn we aangekomen bij de grote wording van de mensheid. Daarin heeft Christus een impuls gegeven, die we daarom dus ook de Christus-impuls noemen.

Impulseren is iets heel geheimzinnigs. Er is overal voortdurende verandering. Maar verandering is nog geen ontwikkeling en misschien blijft alles wel hetzelfde. Heel veel van wat wij als verandering en schijnbare ontwikkeling ervaren is in werkelijkheid herhaling van wat er al is, is ritme, is als een rad dat ronddraait en het is niet gezegd dat er daarmee iets wezenlijk nieuws ontstaat.  ( boeddhistisch: samsara)

De ontwikkeling komt doordat aan het herhalende ritme de impuls wordt toegevoegd.  Er wordt met die impuls een zetje gegeven. “Impuls” en “zetje” zijn bijna synoniem.

Een zetje geven… Over naar het instrument daarvoor bij uitstek: de schommel. Ik hoop dat je dit instrument uit eigen ervaring kent.

De schommel en iets toevoegen

Kinderen op de schommel krijgen hun eerste zetje van iemand anders . Maar dan leren zij al snel dat je je dit zetje ook zelf kunt  geven. Vanaf dat moment kun je schommelen.

De schommel maakt gebruik van de natuurkundige pendelbeweging maar is véél meer dan dat.  Pendel is zij alleen maar  wanneer je ophoudt met schommelen, wanneer je ermee gestopt bent met je benen telkens dat zetje te geven. Het zetje is een toevoeging aan de pendelbeweging. De pendelbeweging zelf is alleen maar een gevolg. Door het zetje komt de schommel in beweging. Ze gaat steeds hoger, steeds sneller, steeds wijder.

Als je plezier in schommelen hebt dan probeer je zo hard mogelijk te schommelen. Zo dat je bijna van je zitplankje afvliegt!  Zo hard dat je op het hoogste punt zelf even helemaal los komt en dan weer – hoeii-!! naar de aarde, met grote vaart en weer omhoog, telkens weer.  Naar de hemel , naar de aarde.  In en uit, op en neer.

Dankzij je impuls, het zetje.

Midwinter en midzomer

De midwinter- en de midzomerwende zijn als een grote langzame schommelbeweging, waarbij je dan heel precies met het beeld moet omgaan. De schommel is hier een kosmische en dat maakt het net even anders dan de schommel in de tuin voor de kinderen. Vooral met boven en onder is het in de kosmos anders.  Zowel bij midzomer als bij midwinter bevindt de schommel zich aan het uiteinde, dat wil zeggen aards gezegd is de schommel dan helemaal boven.

Het zijn de dagen van de uitersten van het jaar: de nachtlengte is het grootst- midwinter– of de daglengte is het grootst- midzomer. Dus alsof je de ene keer de middernacht in geschommeld bent en de andere keer de middag. Het zijn allebei de momenten waarop er een soort rust in de tijd ontstaat: in die dagen verandert de dag- en de nachtlengte niet of nauwelijks.  Kijk maar in het echt of in je kalender naar het tijdstip van zonsopgang en zonsondergang.  Het lijkt alsof dat stilstaat. Dat doet het ook. Het is als de schommel in haar hoogste stand.

Jawel: “stand”,  want de schommeling in dag- en nachtlengte staat ook werkelijk heel even stil.

Tegelijk gebeurt er iets ontzettend spannends wat je helemaal niet kunt zien. In die stilstand verandert namelijk de richting. Die draait zelfs om. ( Wiskundeliefhebbers onder u : de sinuskurve).

Op het moment dat je het ziet is het al gebeurd. Het gebeuren zelf: de ommekeer, is ongrijpbaar en onzichtbaar.

In het grote samenspel tussen aarde en zon in of na de midwinter wordt de toenemende nachtlengte in een ondeelbaar ongrijpbaar moment tot haar tegendeel: tot toenemende daglengte. In en na de midzomer is het precies andersom. Dat is erg spannend.

Er kan dus ontzettend veel gebeuren zonder dat er uiterlijk iets zichtbaar is.

Toch nog even terug naar de schommel in de tuin. Hoe was dat daar ook alweer? Je bent dus aangekomen op het hoogste punt. Wat daarnet nog snelle beweging was is vertraagd en verder vertraagd en tenslotte helemaal tot stilstand gekomen.  Tegelijk is dit juist het moment waar jijzelf zo uit de schommel zou kunnen vliegen ( en vallen, au!) als je je niet goed vasthoudt. Omdat je zelf meegaat in die beweging kun je heel goed voelen wat je niet kunt zien: dat het op dat kleine moment spannend is. En zodra de beweging dan omgedraaid is en ook merkbaar begint te worden en je naar beneden gaat, dàn geef je met je benen je impuls, dan komt het zetje.

Dit geheim:  van het zetje,  van de impuls is in het grote kosmische beeld van de zonnewenden tot grondslag geworden van  twee grote christelijke feesten die aan die beide uiteinden van het jaar maar niet er òp maar drie dagen ernà worden gevierd.

Deze feesten vieren dus niet de zonnewenden zelf, ze vieren de verborgen impuls van ommekeer. (Duits: Zeitenwende) 

Met Kerstmis wordt gevierd de impuls van de geboorte van het Christuswezen op aarde uit hemelhoogten en daarmee dan op weg gaan. De geboorte en het offer van Christus op aarde is een vrije daad, uit liefde. Kerst vier je drie dagen na de zonnewende van december. Het is het keerpunt van de geschiedenis.

Deemoed en geesteshoogte

Met Sint Jan is de impuls: loslaten van het ego en tot deemoed komen die de voorwaarde is voor elk ontvangen van (en je te verheffen tot)  alles wat uit de geest komt, met inbegrip van het ware wezen van de mens en daarmee dan op weg gaan. Het zijn wat meer woorden om het te beschrijven, misschien omdat we als mens daar zelf aan zet zijn. Het is zoeken maar ook gekoppeld aan inzicht, je kunt dit alleen zelf doen en het staat in hetzelfde teken van vrijheid, maar nu van die van jezelf als mens.  Sint Jan vier je drie dagen na de zonnewende van juni. Het is het keerpunt, de be-kering, de ommekeer van de mens.

24 december en 24 juni  zijn aan de hemel de kosmische momenten waarop in het verborgene een impuls, een aanzet, een zetje is gegeven. Deze kosmische momenten vormen het kleed voor deze twee feesten waarin het om de impuls, de aanzet gaat.

De ene impuls, de Kerstimpuls van Christus , gaat over ontvangen( evangelie) , verinnerlijken( credo) en vervolgens offeren. ( beeld van de drie koningen)

De andere impuls, de Johannes-impuls van de mens , gaat over het on-waardige te onderkennen en af te leggen, (bekentenis) tot overgave te komen (offeren), daarin waardig worden te ontvangen (verwandeling) en dan het ontvangen zelf (communie).

Dat maakt de Sint Jans-tijd zo buitengewoon ernstig en tegelijk zo buitengewoon licht. De elementen van ernst en licht vind je terug in de diensten van de Johannestijd. Het gaat om een bepaalde moraliteit die benoemd wordt en waarvan Johannes de Doper de geheiligde drager is.

Het gaat om de deemoed.

Het gegeven onderkennen dat de aardewereld schuld met zich meebrengt en de aardemens daarom schuld draagt. En de moed die ontstaat wanneer je dit erkent en er niet voor wegloopt, het uithoudt en ziet bij jezelf en bij anderen en ziet dat het iets is dat bij de mensheid hoort en dat haar aards maakt. Er is moed voor nodig om dat te zien en uit te houden. Daarbij kan dan een grote, een zeer zeer grote ontwikkelingsvraag ontstaan:

Zou schuld een voorloper van iets kunnen zijn? 

Het volgende is geen antwoord op die vraag maar hoort wel bij dit mysterie. Uit de moed, die uit deemoed voortkomt ontstaat de kracht van de geest. Beste antroposofen onder jullie: we weten niet wat men over honderd jaar nog van Rudolf Steiner zal weten. Maar ik kan mij voorstellen dat dit zinnetje uit één van zijn boeken een blijverdje is. Het boek is Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden?”  ( de link verwijst naar het boek) en het zinnetje geef ik eerst in het Duits en dan in het Nederlands:

Höhen des Geistes können nur erklommen werden wenn durch das Tor der Demut geschritten wird.

Geesteshoogten laten zich slechts bestijgen wanneer je door de poort van de deemoed gaat. 

De feesttijd van Sint Jan is die van het nederige hart en het opgeheven hoofd.

Dat wat het hoofd nog aan hoogmoed draagt heeft Johannes de Doper geofferd.

 

Een goede Johannestijd gewenst!

Nina Luijken

Dienst van zondag 26 april 2020

Print this entry

Vandaag was een intieme dienst. Het uitbundige van het begin van de Paastijd was minder op de voorgrond en er was een stillere kwaliteit aanwezig die gevoed werd door de evangelieinhoud van Johannes 10: Ik ben de Deur, Ik Ben de Goede Herder.

Tijdens de dienst kwam er bij mij iets tussendoor. Ken je dat ook? Er kan werkelijk van alles tussendoor mee de dienst in. Het was een herinneringsbeeld aan een schaapskooi ergens op een heide, in Drenthe geloof ik, maar dat weet ik niet helemaal zeker waar dat was. Het was overdag. Je kon door een kleine opening de schaapskooi binnenkijken. Die was groot en er waren veel schapen binnen. Het dak was ruw met riet gedekt. Je zag er overal kleine openingen die schitterden als sterretjes. Dus buiten de daghemel en binnen een soort kleine afbeelding van de nachthemel met sterren als gaatjes door het donker naar een groot licht.

“Een beeld voor het aards bewustzijn van de fysiek geïncarneerde mens”, dacht ik. Tja, dat dacht ik dus. maar dat dat zo chiq klinkt is alleen maar omdat je het in woorden moet opschrijven, ik zou het veel simpeler willen zeggen maar dan komt dit bericht niet meer voor morgenochtend af. Dus dan maar zo.  Terug naar het beeld. Dat bewustzijn is de spiegel van een veel grotere werkelijkheid, en de deur is de poort ernaar toe en de goede herder leidt je naar buiten maar ook naar binnen. Dan loop je niet verloren rond, en je binnenwereld is ook niet afgesneden van de grote wereld maar je hebt een zinvolle plaats in het geheel en jouw bewustzijn doet er echt toe.

Het was maar een moment tijdens de dienst. Dit soort dingen verlopen niet in klokkentijd en het opschrijven ervan duurt al zoveel langer dan de belevenis zelf, die is eigenlijk als in een flits. Maar ik wilde die toch graag delen, omdat het beeld praatte met de evangeliebeelden, en deze blogberichten toch pogingen zijn om via een verhaaltje op het web met elkaar in contact te blijven. Ik mis jullie ook echt wel hoor!

Zoals gezegd: de dienst was intiem van karakter, terwijl die dat uiterlijk natuurlijk sowieso was, zo zonder fysiek aanwezige gemeente, maar dit was dus vandaag ook intiem aan de binnenkant. In die intimiteit: het besef van de met Christus verbondenen, en dat die echt heel erg wezenlijk zijn, en dat dat voor de wereld van Christus genoeg is, om het in de woorden van ons credo te zeggen: gemeenschappen waarvan de leden de Christus in zich voelen mogen zich verenigd voelen in éen kerk, één ecclesia. Verbasterd Grieks voor de “beroepenen”  en het begrip wordt meteen daarna uitgewerkt: …..waartoe allen behoren die de heilbrengende macht van de Christus ervaren . In het Duits: twee keer  fühlen  en het Nederlandse ervaren aan het eind is in het Duits  empfinden, wat ook een soort voelen is maar ervaren is ook wel erg mooi, het verwijst bijvoorbeeld naar de ervaringsdeskundige, een begrip dat geloof ik bij de oprichting van De Christengemeenschap nog niet eens bestond.

Ervaringsdeskundigen dus. Nou, die worden tegenwoordig op hun waarde geschat.

Van daaruit een uitstapje, beste ervaringsdeskundigen: dit raakte mij in het evangelie van vandaag op een andere manier dan in andere jaren, die woorden: en ik heb ook schapen die niet uit deze hof zijn en ook hen heeft mijn Ik te leiden………..

We kunnen het evangelie lezen en ingaan en uitgaan en weide vinden en dat voelen en dat moge ons gebed zijn voor de wereld en voor allen die niet uit deze hof zijn. Er is wildheid en verschrikkelijkheid en ontreddering volop. De ordenende en leven ( weide) brengende krachten in de ziel zijn er echter ook. Ze zijn aanwezig ook als ze niet gekend, overschreeuwd, ontkend of door angst of wat dan ook ongrijpbaar blijven.

Je kunt ze er niet van buiten af in-evangeliseren, ja dat zou je wel willen, maar dat gaat niet hè?, maar je kunt wel bidden voor de wereld en voelen dat Christus dat doet, dat Christus de hele tijd bidt voor de wereld, het is dus zijn eeuwigdurende gebed en je stemt er mee in, en zeg niet dat dat machteloos is, ja dat lijkt het soms wel, en het is het eigenlijk ook maar dat lijkt liefde toch altijd, liefde is iets anders dan macht en in werkelijkheid is het toch de sterkste kracht, de almacht van God is dus Gods liefde, er is niet sterkers dan dat en tegelijk is het ook machteloos maar het is wel liefde en die kracht meebidden is in de kracht van Christus bidden. En daarom bidden dat mensen de Christus in zich ontdekken, en in anderen.

Die kracht leidt ons en de mensen om ons heen uiteindelijk er doorheen. Er midden doorheen. Geen gesus, geen magische oplossingen, geen domme ontkenning, geen wensdenken, geen gemarchandeer, geen uitstel, niet treuzelen, niet haasten,  niet doldriest, niet laf, vul maar in wat je aan begrippen en eigenschappen te binnen schiet die deze middenkwaliteit omlijsten, het zijn er nogal wat .

En dan kom je uit bij die naam van Parcival:  gewoon er midden doorheen, en door medelijden wijs, dat laatste probeert Boedhha ons al te leren, wel een hele heisa trouwens , maar volgens Boedhha kunnen we dat ook leren.

Mijn overbuurvrouw heeft haar demente man in een verpleeghuis. Ze heeft hem al vijf weken niet gezien, want dat mag niet. De man snapt er helemaal niks van. Het enige lichtpuntje is dat hij geen besef van tijd meer heeft en dus niet weet dat het al vijf weken zijn. Roepen dat de Heer met hem is (ze zijn allebei trouwens ook christelijk) helpt niet echt hè? Herkenbaar? Hebben jullie ook van dit soort belevenissen? Je bewustzijn doet ertoe, ook als het zeer doet…..

Hartelijke groet van Nina

Dienst van Paaszondag 12 april 2020

Print this entry

Stille Week en Paastijd

Van een priestercollega heb ik ooit iets geleerd over de Stille Week en de Paastijd.

Ik weet niet meer van wie. Het kan zijn dat het zelfs ergens in mijn opleidingstijd is geweest, meer dan dertig jaar geleden. Het is een observatie die gemaakt is vanuit de mensenwijdingsdienst zelf en voor mij evenzo voor de hand liggend als ook diepzinnig. Dus nog steeds dank aan die collega of misschien wel aan een seminarietraditie. Nu komt ie:

In de Stille Week vindt er een verdichting plaats. Het evangelie wisselt in principe elke dag en de stemming van elke dienst die week is een andere. Dit is een periode van zeven dagen.

In de Paastijd vindt er een potentiëring plaats. Een verdunning zou niet het goede beeld zijn. Het is een verwijding en tegelijk een sterker en machtiger worden, tot de aardesfeer en de hemelsfeer één zijn geworden.  Potentie heeft te maken met het Latijnse potestas, macht.

De verdichting wordt verwijding. Het aardehuis van de Stille Week wordt de sfeer van de aarde, de behuizing van de opgestane Christus. Deze periode duurt om te beginnen bijna zes weken  en dan komt er een soort verlengde week, die van de Hemelvaart, waardoor deze tijd veertig dagen plus negen is negenenveertig dagen duurt en op de vijftigste dag is het Pinksterfeest. Dit is een periode van zeven weken. 

De verwijding, de schaalvergroting kun je ervaren in de woorden van de Herrezene: Gaat uit over de wereld en brengt het woord van het evangelie, het engel-boodschapwoord naar de gehele schepping. 

Nu concreet naar de dienst van vanochtend.

Er waren al een paar  Paasgroeten binnengekomen via mail en Whatsapp. Dat hielp bij het leggen van de verbinding. Er waren groeten bij met natuurbeelden van bloeiende bomen, van rode tulpen, er was een mooi gedicht binnengekomen en doorheen de pijn van het niet fysiek bij elkaar kunnen zijn ontstond bij mij een beeld van met Christus verbonden mensen die uit zijn gegaan over de hele wereld en het Pasen beleven op vele plaatsen en in de bomen en bloemen en vogels, in de opgaande zon, in de kleur van de atmosfeer of juist heel innerlijk en geconcentreerd in fysieke binnenruimte.

Kun je je misschien nog de passage uit een eerdere brief op deze webpagina herinneren over de crisis waarin de woorden van die priester werden aangehaald? Je vindt het in het bericht over de dienst van zondag 22 maart.  Ze is al vijftig jaar priester en is vol vertrouwen over de kracht van de Christengemeenschap omdat ze de leden als zo sterk beleeft en dat bedoelt ze rechtstreeks religieus. Er is draagkracht en gebedskracht ontstaan en zij heeft die dus zien groeien in de decennia. Wat bemoedigend! En bij die kracht hoort de mogelijkheid van de moderne mens de natuur te betrekken in het Christusmysterie. Het Christusmysterie werkt in de natuur en in de elementenwereld maar het moet gedragen en versterkt worden door de mens.

We hebben lange tijden achter ons waarin dit maar zeer mondjesmaat gebeurde. Misschien nog enigszins in de kloostertuinen en door het luiden van klokken over de velden. Maar verder werd het weggezet als “heidens” en heidens was niet best. Ik denk dat een belangrijk deel van onze religieuze vernieuwing gelegen is in een nieuw bewustzijn voor de wereld om ons heen. Wij kunnen de link leggen met het Christus-mysterie en leveren daardoor een bijdrage aan andere mensen en hun impulsen voor de wereld om ons heen, want naast alle roofbouw en uitbuiting is er op dit vlak ook een bewustzijnsverandering ten goede werkzaam en ontwaakt er iets van liefde, verantwoordelijkheid en respect voor de wereld die ons draagt en voedt. Om het even heel protestants te zeggen: het rentmeesterschap van de mens. Maar het vernieuwende verschil zit hem daarin dat niet alleen de mens doorchristelijkt raakt, maar de hele schepping  en het is aan ons mensen dit aan haar te verkondigen.

Waarom is dit belangrijk?

We kunnen nu wel weeklagen over onze op dit moment zo verstrooide gemeenschap maar we kunnen ons ook juist nu met onze krachten in de wijde wereld weten. En echt, we mogen geloof hebben in de kracht van onze doorchristelijkte blik die vanuit het religieuze gemoed ontroerd kijkt naar de opgaande zon, naar de ontluikende bloesems, de sfeer van de lucht waarin de vogels zingen. Dit alles verlangt ernaar herkend en aanschouwd worden. Het wil in de spiegel van de denkende mensenziel waar-genomen worden en heelgemaakt worden.

In die sfeer van met het altaar van Christus verbonden mensen die schijnbaar uiteengedreven zijn is de Paasdienst als een zoutkristal in het midden. Ik was ook dankbaar voor al die andere mensenwijdingsdiensten die op de Paasochtend gecelebreerd werden. De meeste in vergelijkbare afzondering en beperking, de uitstraling echter  wereldwijd en de aarde omspannend.

And : we will meet again. 

Tot slot:

Even rust…

Nog even heel praktisch: het was een intensieve spanningsboog, de Stille Week zo door te dragen tot aan deze Paasdienst op deze zondag. Ik neem nu even rust en celebreer woensdag aanstaande de volgende mensenwijdingsdienst. Daarmee maak ik de verbinding morgen en dinsdag dus even wat losser. Voor noodgevallen gewoon bereikbaar.

En nog een leuk detail: onze “cultische crew” bestaat al sinds Palmzondag uit de vaste bezetting van Nina (priester) en Jacqueline (ministrant). Omdat we getrouwd zijn zijn we om zo te zeggen een quarantaine-unit en hoeven dus niet te hompelen aan het altaar met 1,5 meter afstand houden.

Een hartelijke groet van Nina Luijken

Goede Vrijdag 10 april 2020

Print this entry

Om drie uur ’s middags was er de lezing van het lijdensevangelie volgens Mattheüs als een online-evenement. Het is hetzelfde evangelie dat velen goed kennen uit de Matthäus-Passion van Bach. Daar is het omgeven door koralen, recitatieven, aria’s en zijn de personages muzikaal gedramatiseerd in verschillende zangstemmen. Boven dat al weeft de genius van Bach die het geheel heeft doorgecomponeerd en geordend in getallensymboliek en in een kruisvorm, waarbij het punt waarop de horizontale balk van deel 1 en de verticale balk van deel 2 zich snijden in de verloochening door Petrus.

De lezing hoort bij het moment van Goede Vrijdag en is geen inhoud om te bewaren. Dus is ook de You Tube opname van deze lezing alweer van het web gehaald. De online bijeenkomst werd bijgewoond door mensen uit de Leeuwarder gemeente en ook vanaf andere plekken in Nederland en België.

In de ochtend vond om 10.30 uur de mensenwijdingsdienst van Goede Vrijdag in de volstrekte beslotenheid plaats, de dienst die anders altijd zo in de belangstelling staat.

Wat fijn dat die vorig jaar met zoveel aandacht is gevierd en dat toen het Galileakoor uit haar repertoire zong, daaronder het voor ons koor toen zo spannende want voor ons nog zo nieuwe Kyrie van Jenkins.

Niemand wist toen dat dit jaar de Stille Week in dermate verstilling gevierd zou gaan worden.

De wekkende bazuinen schallen echter reeds in het rijk van de Geest.

Mensen mogen het horen…..

Dienst van Heilige Woensdag 8 april 2020

Print this entry

De nacht van 7 op 8 april. De volle maan scheen zeer helder en stond ook nog eens dicht bij de aarde. Daarmee was aan de tweede kosmische voorwaarde voldaan om het Paasfeest te kunnen vieren.

De eerste voorwaarde was de dag- en nachtevening rond de 21e maart. De tweede was deze volle maan.

De derde is de eerstvolgende zondag en dan wordt het Pasen.

Het evangelie van vandaag ging over de zalving van Jezus door Maria Magdalena. Het gedeelte van Markus 14 dat vandaag gelezen werd begint zo:

Het Pesachfeest ( het Joodse Paasfeest) was over twee dagen.

Dat wil zeggen dat het op dat moment twee dagen is tot het begin van Pesach, dat op de Sabbat begint en de Sabbat begint altijd op de vrijdagavond.

Dit evangeliegedeelte leeft dus naar het feest van het Offerlam toe, het is in een stemming van voorbereiding. De tegenstanders van Jezus besluiten op dit moment dat hij voor het begin van Pesach gevangengenomen en gedood moet worden.

Maria Magdalena – in het Markus 14 heet ze eenvoudigweg “een vrouw” – leeft ook in voorbereiding. Maar het evangelie vertelt niet of zij iets weet, of zij voorgevoelens heeft, of wat er in haar omgaat. Het enige wat verteld wordt is hoe zij handelt. Zij breekt de kruik met kostbare olie en zalft de Heer ermee, zoals je koningen, priesters en stervenden zalft.

En het is Jezus die haar intentie, haar goede wil, waarneemt en uitspreekt. De intentie was haar misschien bewust,  misschien was zij onbewust, ergens vanuit een woordeloze intuïtie. Ze spreekt er niet over en verdedigt zich ook niet als zij er direct op aangevallen wordt.

Zij heeft mijn lichaam nu al gezalfd voor mijn begrafenis.

Iets in mij breekt elk jaar weer opnieuw als ik met dit evangelie in aanraking kom. Er breekt iets in mijn ziel als een stenen kruik. Misschien omdat ik in aanraking kom met de woordeloze goedheid die in het handelen van een mens kan leven, met de liefde die in een daad kan leven. Ken je dat ook hoe dat voelt wanneer je in aanraking komt met goedheid?

Oh ja, het bestaat, het is er echt. En Christus neemt de intentie waar van wat er uit haar handeling stroomt als kostbare olie.  Hij spreekt die uit.

Al die helpende, verzorgende, liefkozende, beschermende, troostende handen van zoveel mensen….. Lees maar op de NOS app over de verhalen van zulke mensen, hoe ze mensen die lijden bijstaan, naast alle verhalen over de potsenmakers en de spugers die er natuurlijk ook zijn.

Christus ontwaart de intentie……. vul zelf maar in wat Christus waarneemt en wat dat betekent.

Hieronder een afbeelding van Maria Magdalena. Het schilderij hang in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en is geschilderd door Quinten Matsys. Het “attribuut”, daar waaraan je de doorchristende mens herkent, de heilige om het katholiek uit te drukken.

Bij haar is het een urn met een deksel.

Met de linkerhand houdt zij de urn, als een schaal.  Haar rechterhand houdt het deksel ervan midden tussen geopend en gesloten in. Alleen een schaal zou een beeld voor ontvangen kunnen zijn of de schaal heeft al haar inhoud. Het deksel maakt dat de inhoud door iemand behoed wordt maar ook kan worden gegeven, dat de inhoud ontvangen kan worden maar pas wanneer de schaal door iemand geopend wordt.

De reine ziel kan zich geven en is ontvankelijk maar is slechts instrument. Het mensen-ik opent, ontvangt, behoedt en schenkt.

Voorwaar, ik zeg U: overal waar het evangelie verkondigd wordt in de hele wereld  zal gesproken worden wat zij heeft gedaan. 

Het woord van Jezus is in vervulling gegaan. Wat zij deed is deel geworden van de eeuwige wereld van de evangeliebeelden.

Dienst van Palmzondag 5 april 2020

Print this entry

Een stille dienst houden die tegelijkertijd een dienst is op het programma van onze Leeuwarder gemeente. Om 10.30 uur, met het evangelie van Palmzondag: de intocht in Jeruzalem, met de dramatische epistel van de Stille Week en voltrokken in een onnatuurlijk stille en lege stad.

Bij iedere dienst zijn er deelnemers die voor het uiterlijke oog niet zichtbaar zijn maar er wel deelnemen of althans hiertoe uitgenodigd zijn. In Leeuwarden zijn de gestorvenen vaak sterk aanwezig, dat hoor je van deelnemers aan de diensten, dat ervaar je als priester aan het altaar, en dat ervaren ook priester-collega’s.

Door het gegeven van gemeentezondag zonder fysiek aanwezige gemeente wordt het onderscheid tussen de zogenaamde levenden en de zogenaamde doden ineens een stuk relatiever. Behalve op het gebied van het uitgenodigd zijn tot de dienst: de levenden op grond van hun bekennende of bekentenis zoekende verbinding met Christus, en de doden enkel op grond van hun zijn, eigenlijk zonder voorwaarde. Als zij de weg tot de mensenwijdingsdienst vinden zijn zij welkom al zal het gebed in het offergedeelte waarin zij uitgenodigd worden wel een sterke poort zijn.

Het ineens relatief wordende onderscheid tussen levenden en doden opent de ziel voor de wereld van Christus, die de mensen vereent en dus ook over de grenzen van leven en dood heengaat. In de concrete Christusgemeenschap die haar belichaming in de gemeente Leeuwarden heeft gekregen is het ook een min of meer concrete groep mensen, ook die van gene zijde van de poort van de dood. Ineens zijn zij door de omstandigheden dichterbij en verweven zich met onze zielen.

Bij het innerlijk begeleiden en meemaken van de dienst kun je een aantal stappen of stadia doorlopen:

Een bezinning op het moment in het liturgische jaar waar we staan ( Palmzondag dus op 5 april) en wat dat voor je betekent.

Het evangelie van de dag. Dit keer Mathheüs 21, de intocht in Jeruzalem.

Het credo. Kan ook heel concreet en individueel: wat is het eigenlijk waartoe je je bekent?

De wil tot offeren is een gemeenschapshandeling waarin je eigen wil een plaats kan hebben. Je hoeft niet precies te weten wat je wilt offeren en hoe je kunt offeren maar je bent hierin niet alleen. Christus is hierin onze helper en leidt ons binnen in de verwandeling van ons eigen offeren in verhouding tot het offer van Christus.

In die geest kun je het Onze Vader bidden, bijvoorbeeld in : Uw wil geschiede.

Dit is het grote gebed van Christus dat alle verschillende manieren van christelijk geloof verbindt. Waarschijnlijk wordt er altijd op de wereld wel door één mens op dit moment het Onze Vader gebeden en is het het eeuwigdurend gebed.

En uit dat gebed komt voort de kracht en de heerlijkheid: voedsel, communie voor en met de wereld.

Ook voor de dag van vandaag, op dit moment in het liturgische jaar.

Social distancing is fysiek en vraagt om social connection.

Later op de dag ontstond weer een online preek, die staat direct onder dit bericht en ook afzonderlijk op de webpagina.

 

Dienst van woensdag 25 maart 2020

Print this entry

Eén dag na de dienst van zondag kwamen de nieuwe aangescherpte maatregelen van de regering. Het was nog niet helemaal duidelijk hoe die voor onze Christengemeenschap zouden uitpakken maar zekerheidshalve hadden we besloten de weekdienst op de woensdag wel door te laten gaan maar zonder aanwezige gemeente.

Nu is het wel vaker rustig bij de weekdienst maar dit voelde toch wel heel anders!

Tegelijk probeerden priester en de twee ministranten een dienst te voltrekken èn daarbij onderling die 1,5 meter afstand te houden wat ons wel lukte maar het was best wel kunst- en vliegwerk, zowel in de sacristie als aan het altaar. Een soort rituele dans, in ons geval letterlijk. Los van het feit dat we allemaal tot de zogenaamde risicogroepen behoren van deze crisis voelde het echter wel solidair met de rest van de mensheid: daar in ons besloten kerkgebouwtje verscholen in het stadse hofje zo goed mogelijk met de hygiënevoorschriften om te gaan.

De dienst zelf is dan een heel eigen werkelijkheid.

Enerzijds maakt ze zich uit dit toneel van zorgen los als de vogel Phoenix die uit de as oprijst.  Anderzijds is voelbaar hoe Christus zich onvergelijkelijk veel dieper verbindt met het leed in de wereld dan dat wij dat (al) kunnen en dat die verbinding een substantiële is. Het is niet zo dat de perikelen van de coronacrisis erdoor verdwijnen maar ze krijgen hun plaats in het grote geteisterde geheel van de wording van mensheid en aarde.

Een eigenaardige sensatie was die van het stralende voorjaarsweer. De ongereptheid van het zonlicht, de blauwe hemel, de in de stadstuin ontluikende bloesems der bomen, het voorjaarslicht. Ook confronterend zoals het wel vaker in de Lijdenstijd zo confronterend kan zijn dat het probleem van de schuld het probleem van de mens is. Dat we het lijden delen met de dierenwereld maar die is zelf reeds onschuldig. En de planten- en de minerale wereld hebben eigenlijk aan beide direct geen deel.  Schuld noch lijden liggen in hun wezen, ofschoon zij door ons handelen er wel getroffen door worden.

Dat was ook thema in het korte toespraakje in de dienst.  Het werd in ons kleine kringetje gehouden in het bewustzijn dat de dienst wel verborgen is maar toch voor velen gehouden wordt en dat er daarom ook in een weekdienst wel eens een toespraakje af kan.

Het ging ongeveer zo:

De plantenwereld is dus zelf voedend. Die kracht heeft zij vanuit haar reine verbinding met de kosmos en met de wereld die zelfs nog verder, achter de kosmos ligt. Die kracht is zo sterk dat de planten niet alleen hun eigen wezens daaruit opbouwen en hier tot in het materiële kunnen verschijnen, maar ook voedsel schenken vanuit hun overvloed. 

Das Höchste (Friedrich von Schiller)
Suchst du das Höchste, das Größte? Die Pflanze kann es dich lehren:
Was sie willenlos ist, sei du es wollend – das ists!

(vertaling: )Het hoogste.
Zoek je het hoogste? Het grootste? De plant kan het je leren:
Wat zij zonder te willen is, wees jij dat willend- dat is het!

Het is confronterend te ervaren hoe door de stilstand van de menselijke bedrijvigheid de aarde nu respijt krijgt, hoe de lucht zich verfrist en dat deze menselijke gezondheidsramp voor het milieu op dit moment een zegen is.

Het hoogste, het grootste? Dat is de mensheid niet gegeven, maar het is haar wel opgegeven. Het lagere ego brengt aanvankelijk eerder het tegendeel voort: niet de mens die aan de wereld schenkt vanuit overvloed maar een mensheid die wel twee aardes nodig heeft om in haar alsmaar uitdijende behoeften te voorzien. Maar dat is dan nog niet de mens, dat is dan een tegenbeeld van de mens.

Kun je hierin geloven? Kun je geloven in de mens die overvloed schenkt, die zich geeft aan de wereld en die haar het leven schenkt, die haar haar toekomst geeft?

Dat is dezelfde vraag of je kunt geloven in de Christus.

De mensen-wijdingsdienst voltrekken wij naarmate wij meer en meer overtuigd raken van de noodzaak dat de mensheid zich met haar Christus te verbinden heeft wil zij toekomst hebben. Die horen samen: het met geestgewijde wil voltrekken van de dienst der mensenwijding die de kiem is voor dit grote werk, de mensenwijding in de wereld omdat het uiteindelijk de mens is van wie het allemaal afhangt.  Niet alleen negatief maar ook positief. Het hangt af van de geest-gewijde wil van de mensheid. 

Het was spannend een zò groot thema uit te spreken in deze zo extreme intimiteit van die stille dienst met alleen een priester en twee ministranten. Maar uit het pijnlijke gemis aan meevoltrekkende gemeente kan een sterk bewustzijn groeien vanuit al die diensten die in De Christengemeenschap in al die decennia zijn voltrokken, telkens weer met grote aandacht en nu is het denk ik aan ons te vertrouwen op de kracht van al deze handelingen, op hun cumulatief effect.

Het bijzondere van geestelijk krachtige gebeurtenissen is dat ze naar hun aard niet stoffelijk zichtbaar zijn.

Want even later sta je dan weer op straat. Het is muisstil. Ook deze noordelijke stad is verschrikt en houdt zich gedeisd. Er lijkt niets veranderd. Verbinding kun je niet zien, je kunt haar alleen voelen. Verbinding: dat is wat we nu nodig hebben.

Op alle vlakken.

 

 

Dienst van zondag 22 maart 2020

Print this entry

De dienst van zondag 22 maart 2020

Zondag 22 maart was voor onze gemeente de eerste keer dat een dienst werd gehouden zonder uitdelen van de communie. Dit in verband met de coronacrisis.

Er was een handjevol mensen aanwezig die met grote aandacht de dienst in zich opnamen. Bijzonder was dat het evangelie van deze tweede zondag in de Lijdenstijd Johannes 6 is.  Dat gaat over de spijziging van de vijfduizend gevolgd door het Ik Ben woord: Ik Ben het Brood des Levens.

In de preek gaf dat aanleiding erover verwonderd te zijn dat nu juist dit evangelie gelezen wordt op deze voor de gemeente zo bijzondere zondag met alle nieuwe restricties. Een verdere korte weergave ongeveer van inhoud en strekking:

De mensenwijdingsdienst van 22 maart was misschien wel de enige of een van de weinige christelijke samenkomsten die live werd voltrokken in Friesland. Ook verder in Nederland en in de wereld zijn kerk- en gebedsdiensten sterk gereduceerd. Dat geldt ook voor onze Christengemeenschap, omdat in de omliggende landen de kerkdiensten op dit moment verboden zijn. Er wordt nog wel gecelebreerd maar dit gebeurt dan door priesters onderling. Wij zijn hier door ons kleine aantal mensen en door de regelgeving op dit moment gezegend dat wij het sacrament van brood en wijn nog in gemeenschap kunnen voltrekken.

In het evangelie wordt de overgang gemaakt van het fysieke brood naar het geestelijke brood dat uit de hemel neerdaalt en dat het dit brood is dat tot een voedende stroom in de mensheid kan worden. In een ander evangelie dat over de spijziging van de vijfduizend gaat zegt Jezus tot zijn leerlingen:  Geeft Gij hen te eten!

Dat is onze opdracht. 

Wij kunnen de mensenwijdingsdienst volbrengen vanuit dit sterke geestbewustzijn: dat wij in de geest voltrekken door de kracht van Christus wat de wereld aan voeding nodig heeft. 

Door de coronacrisis komt er veel hulpvaardigheid en compassie op gang en merken wij dat anderzijds in zekere zin de zielen  op de proef worden gesteld. Aan de praktische hulp en compassie kunnen wij de geestrealiteit van de communie toevoegen, door in deze tijd van lijden van de mensheid ons van het stralende wezen van Christus bewust te worden en ons door hem laten helpen wanneer wij ons in vrijheid tot hem wenden.  

Een vrouwelijke priester ( niet uit Nederland) die dit jaar 50 jaar priester is verwoordde het zo, dat in vergelijking tot de situatie tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de Christengemeenschap een tijdlang verboden werd de toestand nu een heel andere is. Dat komt , zei ze, door de toegenomen kracht van het meevoltrekken van de sacramenten door de leden van de gemeente. Daardoor heeft de mensenwijdingsdienst een draagvlak gekregen dat in de loop van het bestaan van de Christengemeenschap alleen maar sterker is geworden. Van daaruit kunnen wij in deze situatie van beperking vertrouwen in de sterke kracht van de christelijke gemeenschap die de offerdaad van Christus in haar midden doet leven, de verwandeling doet leven en de communie de wereld in doet gaan.

Vanuit dit geestbewustzijn, vanuit deze geestkracht dragen wij deze communie uit, Zij leeft in ons midden vanuit het altaar in de ruimte op de plaatsen waar de dienst wordt voltrokken en in ons aller toegewijde zieleruimte en stroomt door onze harten en onze handen de wereld in. 

Zo (ongeveer) de inhoud van de preek.

Na afloop waren er nog wat vluchtige ontmoetingen buiten in het schrale maar zonnige voorjaarsweer. 1,5 meter afstand houden was wel wat onwennig maar het ging heel goed. De priester was ook snel naar buiten gekomen en zat even op een klapstoeltje in de zon. De ministranten waren binnen nog aan het opruimen. De koster van die dag had zorgzaam op alle ingewikkelde hygiënevoorschriften gelet en de mensen veilig binnen- en buitengelaten.

Ik geef jullie deze korte indruk zodat je innerlijk mee kunt in ons gezamenlijk volbrengen van de dienst van Christus.

Ook en vooral wanneer je daar om wat voor redenen ook niet bij aanwezig hebt kunnen zijn. Misschien om ons te beschermen, misschien om jezelf niet aan onnodige risico’s bloot te stellen. Blijf zoveel mogelijk gezond en weet dat je in onze harten leeft en erbij hoort.

De situatie van de gemeenten van De Christengemeenschap wereldwijd vind je hier beschreven

Met hartelijke groet van Nina.