Dienst van woensdag 25 maart 2020

Print this entry

Eén dag na de dienst van zondag kwamen de nieuwe aangescherpte maatregelen van de regering. Het was nog niet helemaal duidelijk hoe die voor onze Christengemeenschap zouden uitpakken maar zekerheidshalve hadden we besloten de weekdienst op de woensdag wel door te laten gaan maar zonder aanwezige gemeente.

Nu is het wel vaker rustig bij de weekdienst maar dit voelde toch wel heel anders!

Tegelijk probeerden priester en de twee ministranten een dienst te voltrekken èn daarbij onderling die 1,5 meter afstand te houden wat ons wel lukte maar het was best wel kunst- en vliegwerk, zowel in de sacristie als aan het altaar. Een soort rituele dans, in ons geval letterlijk. Los van het feit dat we allemaal tot de zogenaamde risicogroepen behoren van deze crisis voelde het echter wel solidair met de rest van de mensheid: daar in ons besloten kerkgebouwtje verscholen in het stadse hofje zo goed mogelijk met de hygiënevoorschriften om te gaan.

De dienst zelf is dan een heel eigen werkelijkheid.

Enerzijds maakt ze zich uit dit toneel van zorgen los als de vogel Phoenix die uit de as oprijst.  Anderzijds is voelbaar hoe Christus zich onvergelijkelijk veel dieper verbindt met het leed in de wereld dan dat wij dat (al) kunnen en dat die verbinding een substantiële is. Het is niet zo dat de perikelen van de coronacrisis erdoor verdwijnen maar ze krijgen hun plaats in het grote geteisterde geheel van de wording van mensheid en aarde.

Een eigenaardige sensatie was die van het stralende voorjaarsweer. De ongereptheid van het zonlicht, de blauwe hemel, de in de stadstuin ontluikende bloesems der bomen, het voorjaarslicht. Ook confronterend zoals het wel vaker in de Lijdenstijd zo confronterend kan zijn dat het probleem van de schuld het probleem van de mens is. Dat we het lijden delen met de dierenwereld maar die is zelf reeds onschuldig. En de planten- en de minerale wereld hebben eigenlijk aan beide direct geen deel.  Schuld noch lijden liggen in hun wezen, ofschoon zij door ons handelen er wel getroffen door worden.

Dat was ook thema in het korte toespraakje in de dienst.  Het werd in ons kleine kringetje gehouden in het bewustzijn dat de dienst wel verborgen is maar toch voor velen gehouden wordt en dat er daarom ook in een weekdienst wel eens een toespraakje af kan.

Het ging ongeveer zo:

De plantenwereld is dus zelf voedend. Die kracht heeft zij vanuit haar reine verbinding met de kosmos en met de wereld die zelfs nog verder, achter de kosmos ligt. Die kracht is zo sterk dat de planten niet alleen hun eigen wezens daaruit opbouwen en hier tot in het materiële kunnen verschijnen, maar ook voedsel schenken vanuit hun overvloed. 

Das Höchste (Friedrich von Schiller)
Suchst du das Höchste, das Größte? Die Pflanze kann es dich lehren:
Was sie willenlos ist, sei du es wollend – das ists!

(vertaling: )Het hoogste.
Zoek je het hoogste? Het grootste? De plant kan het je leren:
Wat zij zonder te willen is, wees jij dat willend- dat is het!

Het is confronterend te ervaren hoe door de stilstand van de menselijke bedrijvigheid de aarde nu respijt krijgt, hoe de lucht zich verfrist en dat deze menselijke gezondheidsramp voor het milieu op dit moment een zegen is.

Het hoogste, het grootste? Dat is de mensheid niet gegeven, maar het is haar wel opgegeven. Het lagere ego brengt aanvankelijk eerder het tegendeel voort: niet de mens die aan de wereld schenkt vanuit overvloed maar een mensheid die wel twee aardes nodig heeft om in haar alsmaar uitdijende behoeften te voorzien. Maar dat is dan nog niet de mens, dat is dan een tegenbeeld van de mens.

Kun je hierin geloven? Kun je geloven in de mens die overvloed schenkt, die zich geeft aan de wereld en die haar het leven schenkt, die haar haar toekomst geeft?

Dat is dezelfde vraag of je kunt geloven in de Christus.

De mensen-wijdingsdienst voltrekken wij naarmate wij meer en meer overtuigd raken van de noodzaak dat de mensheid zich met haar Christus te verbinden heeft wil zij toekomst hebben. Die horen samen: het met geestgewijde wil voltrekken van de dienst der mensenwijding die de kiem is voor dit grote werk, de mensenwijding in de wereld omdat het uiteindelijk de mens is van wie het allemaal afhangt.  Niet alleen negatief maar ook positief. Het hangt af van de geest-gewijde wil van de mensheid. 

Het was spannend een zò groot thema uit te spreken in deze zo extreme intimiteit van die stille dienst met alleen een priester en twee ministranten. Maar uit het pijnlijke gemis aan meevoltrekkende gemeente kan een sterk bewustzijn groeien vanuit al die diensten die in De Christengemeenschap in al die decennia zijn voltrokken, telkens weer met grote aandacht en nu is het denk ik aan ons te vertrouwen op de kracht van al deze handelingen, op hun cumulatief effect.

Het bijzondere van geestelijk krachtige gebeurtenissen is dat ze naar hun aard niet stoffelijk zichtbaar zijn.

Want even later sta je dan weer op straat. Het is muisstil. Ook deze noordelijke stad is verschrikt en houdt zich gedeisd. Er lijkt niets veranderd. Verbinding kun je niet zien, je kunt haar alleen voelen. Verbinding: dat is wat we nu nodig hebben.

Op alle vlakken.