Brieven

Deze winter: een brief van Nina Luijken

Print this entry

Deze winter

19 januari 2020

Vaak komt pas na de winterzonnewende van eind december de winter echt op gang. In januari dus. Afgelopen dagen liet de winter even haar gezicht zien en werd de wereld even sneeuwwit maar ook hard en koud. Buiten overheerst het afgestorvene. Je weet wel dat er ooit wel weer een voorjaar zal zijn maar het is bijna of niet te zien. Je moet heel goed kijken om de voorboden te zien. 

Als je geen deel hebt aan het sterven en het worden, ben je slechts een droeve gast op de donkere aarde. Ziehier een wat zoekende vertaling van de laatste zin uit een gedicht van Goethe:

Und so lang du das nicht hast,

dieses Stirb und Werde,

bist du nur ein trüber Gast

auf der dunklen Erde.

Het gedicht zelf draagt de titel: Selige Sehnsucht,  en die zou je kunnen vertalen met heilig verlangen van de ziel  omdat selig zowel met de ziel te maken heeft als met zaligheid, maar dit laatste begrip kunnen we in het Nederlands eigenlijk niet meer zuiver en onvervormd horen. Daarom heb ik voor heilig en van de ziel gekozen. 

We bevinden ons nu al bijna een jaar lang in een collectieve toestand waarin sterfprocessen, afsterven een rol spelen. Het zou kortzichtig zijn daarbij alleen naar de medische kant van de pandemie te kijken. Daar hebben al onnoemelijk leed en ontreddering plaatsgevonden. 

Daarnaast is er echter veel meer aangeraakt, als door een doodskus. 

Contacten, werksituaties, cultuur, het aanraken zelf, de expressie van het menselijk gelaat, feestvieren…..ik hoef dat allemaal niet op te noemen of zelfs maar proberen te omschrijven want iedereen is hierdoor geraakt en kent het uit eigen ervaring. De pandemie zaait versterving om zich heen. Samengevat: het is een afsterfproces. 

En zoals dat met alle afsterfprocessen gaat: natuurlijke wezens als planten en dieren zijn daaraan eenvoudig onderworpen, ook aan het lijden dat daarmee verbonden is  maar de mens heeft daar boven uitgaande nog eens een eigen zeer pijnlijke en gespannen verhouding. Enerzijds is de mens namelijk degene die werkelijk geheel en al in deze wereld geboren wordt en dus ook geheel en al door dit sterfproces heengaat, terwijl andere natuurwezens er toch slechts in een deel van hun wezen aan onderworpen zijn en voor een ander deel onaangeraakt blijven door lijden en dood omdat zij voor een deel niet echt geboren worden zoals de mens geboren wordt. Het lijntje met het goddelijke is sterker bij de dieren en heel sterk bij de planten.

In plaats daarvan is er bij de mensheid het volle bewustzijn van de sterfelijkheid. Dat is pijnlijk maar bijzonder waardevol.  Daar ligt de belangrijke relatie met alles wat met zingeving te maken heeft. Je weet: je hebt een beperkte tijd op aarde en je wilt die gebruiken.

Als je wilt lezen wat voor een vloek het zou zijn als de aardse mens als aards wezen onsterfelijk zou zijn, lees de klassieker Tous les hommes sont mortels/ Alle mensen zijn sterfelijk (1946)  van Simone de Beauvoir, waarin die ene onsterfelijk geraakte mens de hoofdpersoon is in deze roman en daarin tot waanzin en depressie is geraakt. 

Anderzijds is de mens echter meesterlijk in het steeds willen vermijden en ontkennen van de dood. Daar is een klassieker Lessen voor levenden, gesprekken met stervenden (1969)  van Elisabeth Kübler-Ross. Zij is bekend geworden om haar vijfstadiamodel: in het aangezicht van de dood ontkenning, woede, onderhandelen, neerslachtigheid en uiteindelijk aanvaarding. 

Mondiaal zie je vele varianten van deze vijf stadia in de omgang met de coronacrisis. 

De valkuil daarbij is op voorhand daar wat van te vinden en dat te veroordelen en dat zie je ook op allerlei manieren.  

Kübler-Ross doet dat juist niet. Zij beschrijft deze stadia, respecteert ze diep, zij veroordeelt ze niet en erkent ze voor wat ze zijn en wat zij kunnen wekken. Daarnaast houdt zij zich bezig met de mens zelf die door dit alles heen gaat.  Naar haar overtuiging gaat die wel volledig door dit sterven heen maar is er toch niet identiek mee. Zij richtte zich in de gesprekken met stervenden op deze wordende mens, op de mens van Goethes Stirb und werde. 

Bij een pandemie gebeurt wat bij elke pandemie gebeurt. Naast de doodskus heb je de doodsdans. Er onstaat een paroxie van opvattingen, theorieën, onverdraagzaamheden, agressie, betweterigheid, angst, onmacht, ontkennen, schijnhandelingen, in slaap sussen, beschuldigen, noodklokken luiden, cynisme, kille rekenarij, wonderdokters.  Het lijkt haast middeleeuws (althans in de vorm waarin wij vaak naar tot karikatuur gemaakte middeleeuwen kijken). Het is het dansen met de dood. 

Over naar de oude mysteriën. 

Daarin waren een aantal disciplines vereend die toen nog vanuit één als vanzelfsprekend ervaren bron konden stromen. De priesters, de koningen, de heelmeesters en de leraren. Wat een macht moet dat zijn geweest toen dit kunnen uit één bron stroomde!

Maar deze eenheid zou op den duur te overweldigend zijn voor de op vrijheid aangelegde mens en dus moesten deze machten gebroken en gefragmenteerd worden en zo zijn ze nu geworden.  

Als de dingen goed gaan kun je ze wat vergeten. Maar als de grote nood er is worden ze ineens weer zichtbaar. Hoewel zij uit één oorsprong stammen blijken zij nu zeer verschillend geworden te zijn en dus spreken zij ook op hun verschillende wijze. 

Tegenwoordig noem je ze het spiritueel-religieuze, het juridische, het medische en het wetenschappelijke. Het wetenschappelijke houdt zich ermee bezig hoe de wereld in elkaar zit. Het medische begeleidt de mens zo goed mogelijk op de weg tussen geboorte en dood en tracht in elk levensstadium deze beide grondkrachten van geboorte en dood op de juiste wijze op elkaar af te stemmen. Het juridische regelt de verhouding tussen de mensen en hun organisatie en is daarbij puur op de aardse mens gericht zonder uitspraak te doen over herkomst of bestemming van de mens. Het spiritueel-religieuze tenslotte roept de mens van buiten de grenzen van geboorte en dood wakker en in het bewustzijn en geeft de hemelse mens een plek in de aardse verhoudingen. 

Ik word nu even wat persoonlijk en wil hier iets uitspreken over mijn eigen kleine verhouding tot deze vier stromen. Ik ben van kindsaf aan door het huis waarin ik opgroeide in levendige aanraking geweest met de spanningsvelden tussen het medische en het juridische en bloeide op in een spiritueel-religieus gestemd maar ook leer- en doceerlustig gezin. Ik heb daarvan iets meegekregen dat als het ware onder de huid zit: dat die spanningsvelden nodig en vruchtbaar zijn en dat de artsen/therapeuten ,de  juristen/bestuurders , de dominees/priesters/rabbi’s/ monniken/sjamanen  en de leraren/schrijvers/verhalenvertellers allemaal nodig zijn. Ik heb trouwens ook geleerd dat het niet hun taak is het elkaar per se erg gemakkelijk te maken.Tegelijkertijd kun je elkaar in die verschillen enorm waarderen en liefhebben. 

En vanuit deze verschillende richtingen zetten deze disciplines zich uiteindelijk in voor iets wat ver boven hen uitgaat en zich niet in één van de richtingen laat vangen, en dat noem ik de wordende mens, die daarmee dus kennelijk iets heiligs is. 

Daardoor laat ik mij ook in deze crisis leiden. 

Concreet betekent het dat ik vanuit mijn taak als priester het spiritueel-religieuze volbreng en dat als een vanzelfsprekendheid ervaar, maar ook diep respect heb voor de andere, vanuit deze optiek vaak wat wereldser aandoende disciplines van het medische, het juridische en het wetenschappelijke. Ik voel geen enkele neiging het priesterlijke boven de andere te plaatsen omdat ik tezeer weet heb van de gemeenschappelijke mysterieachtergrond van alle vier de richtingen. 

En dus laat ik het medische het medische, het juridische-bestuurlijke het juridisch-bestuurlijke en het wetenschappelijke het wetenschappelijke.  

En dat is bij mij ook echt zo. (Ik ben tenslotte zelf afgestudeerd juriste) .

Het houdt in dat ik de spanningsvelden erken, ook en vooral in deze crisis. 

Hoe zou dat anders kunnen zijn? Als ik in een stervensbegeleiding word betrokken is daar bijna altijd de dokter die erin betrokken is en zijn er vele te respecteren regels en omgangsvormen. Ik ontmoet de uitvaartbegeleider die ik ervaar als een soort rechtskunstenaar die iedereen inclusief de overledene zoveel mogelijk het rechte en respectvolle wil doen toekomen bij en rond de uitvaart. 

En zo werk ik ook als priester in een gemeente, sterk beïnvloed door het sociale en juridische draagvlak, de afspraken en de cultuur die de voltrekking van sacramenten faciliteert, en met sterke impact vanuit de gezondheid, ziekte en zwakte van hen die het werk dragen en aan de cultus deelnemen, mijzelf daarin niet uitgezonderd. Ik laat mij dus door de andere disciplines begrenzen zonder de discipline die ik zelf vertegenwoordig te ontkrachten en dat gebeurt ook niet. 

Ik schrijf dit maar eens zo expliciet omdat ik aanneem dat het mijzelf zo ongeveer vergaat als andere mensen op dit moment die sterk met de cultus verbonden zijn. Het doet zeer. Natuurlijk doet het ontzettend zeer. Het is sterker dan afgelopen voorjaar en ook pijnlijker: het medische en het juridische grijpen sterker begrenzend en besnoeiend in.

Het is een kaal winterlandschap waarin we ons bevinden en het doet zeer. 

Maar in de kale winter is ook God. 

Ik ben alle mensen diep dankbaar die bereid zijn vanuit deze verantwoordelijkheid van hun disciplines te handelen zo goed zij het kunnen.  In onze grote samenleving maar ook in de kleine van onze gemeente. 

En laten we toch voorbij de weerstanden met kracht en vertrouwen de doodsprocessen in het oog zien. Want die processen zijn er nu eenmaal en als christenen weten we ook dat die er zijn. 

We zijn ook nog eens een keer wordende mensen, die door dit alles heengaan en elk een eigen verhouding met Christus hebben en daarin weet hebben van elkaar. 

Dat is de essentie. 

Beste mensen die met de Christengemeenschap verbonden zijn: als je nu niet fysiek naar de dienst kunt komen en je mist het. Weet dit: 

In je eigen herinneringslichaam bevinden zich alle diensten die je ooit in je hebt opgenomen en ze zijn werkzaam. Als je de mogelijkheid hebt: verbind je innerlijk met die kracht en stem in in het voorlopig in stilte voltrekken van de diensten op de tijden die in het gemeentebericht staan. 

En help ons en elkaar deze situatie waardig en moedig te dragen. 

Aanvaard het Stirb en omarm het Werde. 

Als deze wording begint, richt u dan op en heft het hoofd omhoog, Want de kracht der verlossing wordt in u werkzaam.

Lukas 21, Adventsevangelie. 

Ik kijk uit naar het moment waarop wij allen weer gezamenlijk de heilige communie mogen beleven. En misschien lukt het ons dan ook weer een koortje te vormen en het Te Deum te zingen.

Een hartelijke groet van

Nina Luijken