Afbeeldingen en literatuurverwijzingen uit de kersttoespraken 25 dec 2020

Print this entry

Uit de toespraak van de middernachtsdienst, 25 december om 0.00 uur

Het wereldbeeld – zoals genoemd werd in de toespraak tijdens de middernachtsdienst – vanuit de verwonderde mens die op aarde staat en kijkt.  Deze zienswijze gaat in elk geval al terug tot die van Plato en Aristoteles. Het wordt ook wel het Ptolemeïsche kosmosbeeld genoemd. Deze afbeelding is een ingekleurde versie, ontleend aan het werk Cosmographia,  verschenen in 1524 van Petrus Apianus.

afbeelding linkt door naar een webpagina. Daar ook wat info en een uitleg die ik nogal statisch vind

In de preek werd de kristalsfeer genoemd. In deze afbeelding is dit het Cristallinum, de negende hemel. De achtste is het Firmamentum, de zetel van de sterren. Het  Cristallinum is dus voorbij de sterren en daarmee buiten de moderne perceptie van het heelal.

De eerste tot en met de zevende hemel zijn de woonplaatsen van achtereenvolgens de onderzonnige planeten Maan, Mercurius en Venus, dan de Zon, dan de bovenzonnige planeten Mars, Jupiter en Saturnus. De zonnesfeer is dus het midden der zeven hemelsferen met drie planetenbanen erbuiten en drie planetenbanen erbinnen.  Daarbuiten zijn dan ook nog eens drie sferen: als achtste het  Firmamentum, als negende het Cristallinum, voorbij de sterren dus, en dat werd aangehaald in de middernachtsdienst. Er blijkt nog een tiende hemel te zijn, die wordt Primu Mobile genoemd, vertaling daarvan: het eerste, primaire dat beweegt. (suggesties en verbeteringen van harte welkom) . 

In deze drie hogere hemelen zijn de geestelijke werkingssferen van de drie hiërarchieënrijken te vinden. Misschien hebben zij daar wel hun thuis en zijn de lagere hemelen en de aarde meer hun werkgebied.  Engelen, Aartsengelen en Archai in de achtste hemel van het Firmamentum. Exousiae, Dynamis en Kyriotetes in de negende hemel van het Cristallinum, en Thronen, Cherubijnen en Serafijnen in de tiende hemel van het Primu Mobile. Tegelijk schemert daar reeds doorheen -of zo je liever is: licht daar doorheen- iets van een emanatie van de  Triniteit zelf in een Geestsfeer (8), een Zoon- of Christus- of Scheppersfeer (9), en de sfeer van de Alomvattende Vadergrond (10).

Daar omheen bevindt zich dan de eigenlijke sfeer van het Coelum Empireum Habitaculum Dei et Omnium Electorum: Het Hemelse Rijk dat de Woonplaats is van God en van Alle Uitverkorenen. Deze sfeer kan niet met een getal uitgedrukt worden, misschien zouden dat dan alle getallen tegelijk moeten zijn, van het oneindig kleinste tot het oneindig grootste en ook zou die alle irrationele getallen bevatten.

Deze sfeer omvat alles.

Zonder dat direct zo uit te spreken heb ik een verband gesuggereerd: dat de mens – naast zijn aardehuis in het midden van de kosmos-  daarbuiten in de hoogste hemel, in het Coelum Empireum, zijn eigenlijke uitverkoren woning heeft, in de zin van de verheven woorden van Christus in het Johannesevangelie (in hoofdstuk 14): In het Huis van mijn Vader zijn vele woningen. Zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik de plaats voor jullie gereed heb gemaakt kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen en dan zullen jullie zijn waar ik ben.

Nu een toegift.

Ik plaats hier enkele afbeeldingen afkomstig van Hildegard von Bingen (1098-1179). De visioenen die zij beleefde werden door de monniken in haar klooster in miniaturen uitgewerkt. Deze zijn historisch gezien dus ouder dan de bovenstaande gedrukte afbeelding van Petrus Apianus uit de zestiende eeuw. Maar qua inhoud heeft het beeld van de Ptolemaeïsche kosmos een zeer lange traditie en is daarin veel ouder dan de visioenen van Hildegard. Hildegard was belezen en moet het klassieke oud-Griekse wereldbeeld gekend hebben.

In haar visioenen verschijnt een interessante metamorfose.

Hier zijn in haar boek Scivias de sferen gevormd als een ei. De aarde is in het midden, als de eidooier. Het beeld roept een vraag op. Wat zal er ontstaan uit dit wereld-ei?

Miniatuur bij Scvias 1,3. Klik op de afbeelding voor bron en meer info. Ca. 1151

Twee latere metamorfosen,  ook van haar:

Tweede visioen uit Hildegards Librum Divinorum Operum ( het boek van de goddelijke werken) ca. 1173.

Links onder zie je de schouwende Hildegard. De eivorm is hier verdwenen. De aarde wordt afgebeeld met de mens die haar door de seizoenen heen bewerkt.

De synthese ervan verschijnt hier, in dit visioen, ook van Hildegard:

eveneens tweede visioen uit Liber Divinorum Operum

Hier is de mens een wezen van kosmische proporties geworden. Je ziet een de kosmos omvattende sfeer, met boven een gelaat dat vrouwelijk lijkt, en direct daarboven een mannelijk gelaat dat op de Alomvattende duidt. Van dit gelaat uit ontspringt het vierkante kader van de gehele afbeelding. Daarbinnen zie je de vrouw die de wereld rond omarmt en met haar voeten staat op het vierkant kader van de Alomvattende. De hele kosmos gaat op in of is zelf haar ronde lichaam, waarbinnen als het kind de kosmos-mens ontstaat. Haar lichaam is de hele kosmos, baarmoeder en ei tegelijk. De mens wordt daarbinnen geboren maar tegelijk is de mens daar ook al.

Et incarnatus est.

Literatuurverwijzingen uit de toespraak bij de derde kerstdienst op 25 december 2020 om 10.30 uur:

(Tekst in oranje linkt door naar de betreffende literatuur of media.)

Verwezen werd, naar aanleiding van de vraag aan Petrus over de goddelijke liefde, de agapè en het antwoord van hem over de vriendschap , de filia,  naar het werkje van C.S. Lewis, The four loves ( Nederlandse vertaling : de vier liefdes) .

Er werd ook verwezen naar de liefdesgeschiedenis van C.S. (Jack) Lewis en Joy Davidman tegen het eind van beider leven. Deze  is van verschillende kanten beschreven, zie bijvoorbeeld de wikipedialink naar Joy Davidman.

Over de pijn van het gemis naar haar dood schrijft Lewis -aanvankelijk onder pseudonym: N.W. Clerk: A Grief Observed  Later is het uitgekomen onder zijn eigen naam.

Joy Davidman schreef onder andere liefdessonnetten aan Lewis. Deze zijn gepubliceerd samen met andere sonnetten onder de titel  A naked Tree

de BBC heeft een documentaire over hen beiden gemaakt getiteld Shadowlands, en deze is later opnieuw verfilmd met Anthony Hopkins en Debra Winger, uitgebracht door Richard Attenborough.

Het is liefde waarvoor en waartegen tot het uiterste gestreden is door deze twee tot christenen bekeerde mensen die eerst atheïsten waren.

Met een hartelijke groet van Nina

Beeldmateriaal uit preek van 13 december 2020: verkondiging aan Maria

Print this entry

 

In de preek van 13 december is een zeer bekend fresco en een zeer bekend altaarstuk beschreven:

Hier een afbeelding van het  fresco van Fra Angelico via een weblink van enkele jaren geleden in een Italië-blog, waarin iemand erover schrijft dat deze afbeelding haar favoriet is.

 

Let op de hand en de borst bij Maria en bij de engel.

https://ciaotutti.nl/reizen-door-italie/florence/de-mooiste-annunciatie-fra-angelico-in-florence/

En deze aankondiging aan Maria is deel van het Isenheimer Altar van Matthias Grünewald.

Let op de door de gewaden gesuggereerde beweging bij de engel.

Hier is een link naar een kunsthistorisch artikel over het Isenheimer Altar

https://www.joerg-sieger.de/isenheim/texte/i_09.php#a

Wijd wordt mijn ziel. Online-preek voor zondag 6 december 2020

Print this entry

Wijd wordt mijn ziel

door Nina Luijken 

 

Binnenruimte

Als je een lange wandeling maakt in de winterse vrije natuur komt onvermijdelijk het moment dat je de wens voelt opkomen naar een binnenruimte, een dak,  muren, warmte en  beschutting. Het kan een sneeuwhut zijn of een herberg. Het kan ook je eigen huis zijn waarheen je je schreden richt. Deze mensengemaakte plaatsen bieden iets wat de natuur niet biedt maar waar we wel allemaal diepe behoefte aan hebben: geborgenheid. In het woord “herberg” zit geborgenheid zelf verborgen.

In de Duitse taal gebruiken wandelaars nog een ander begrip: einkehren, Einkehr halten.  Dat doe je  onderweg of na je tocht als je rust zoekt en daarvoor een omsloten ruimte een tijdlang  betreedt. 

Het woord duidt in deze taal net anders dan in het Nederlands. Daar heb je het taalkundig verwante inkeer, tot inkeer komen.  Dat omschrijft echter iets innerlijk-moreels. De Duitse taal verwijst meer naar de ruimte-tijd dimensie.  De beide nauw verwante talen geven op hun manier dus eigenlijk twee kanten van hetzelfde weer:  je betreedt een innerlijk besloten ruimte en je komt door de beslotenheid tot een moraliteit die van of in jezelf is.  

In het gedicht Du bist die Ruh, getoonzet door Franz Schubert vallen het uiterlijke en het innerlijke samen. In de voetnoot vind je links naar twee opnames van het aldus ontstane lied en daar staat ook de tekst van het  gedicht. *)

Deze heilige besloten ruimte van inkeer/Einkehr betreedt de advents-engel der verkondiging. 

Wereldwijdten en hemelhoogten

Hij/zij komt uit  de wereldwijdten en de hemelhoogten en treedt binnen in het binnenste van de menselijke ziel. Daar waar alles kan ontstaan, daar waar alles kan gaan kiemen, groeien, bloeien en vruchtdragen. 

De menselijke ziel is vergelijkbaar met de schoot der aarde waarin het hemels zaadje valt. De wording begint vanuit de ontzaglijke wijdheid van de wereld en haar oorsprong .

Indalend in de menselijke ziel blijkt haar wijdheid wijsheid te zijn en te leven. Zij wil in de mensen tot liefde worden en is op zoek naar dit nieuwe liefde- leven.  

Waarom is dit zo belangrijk? Van “oude dingen die voorbijgaan” en het eeuwige.

De kosmische en natuurlijke wereld zijn ooit vanuit grootse wijdheid (weidsheid) van het goddelijke voortgekomen.  In de schepping toont het zich als de nog steeds klinkende goddelijke naklank. 

Toch is het een na-klank. 

Zoals het in het adventsevangelie van Lukas 21 weerklinkt: Hemel en aarde in de vorm waarin wij die nu kennen zullen vergaan.  Zij zijn van voorbijgaande aard. Maar elke voorbijganger is in zijn voorbijgaan ook heilig.  Wij mogen getuigen zijn van de heilige openbaring, de herinnering aan de oorsprong uit het goddelijke dat in het onstaan van hemel en aarde  gewerkt en geleefd heeft. 

Mensen zijn vaak geneigd zich zèlf als de wezens van voorbijgaande aard te beschouwen en de wereld om hen heen als het blijvende. Dat is maar zeer ten dele het geval. Het omgekeerde is namelijk ook waar: de wereld is voorbijgaand maar in de mens leeft iets wat zich daarvan losmaakt en dat eeuwig is en vanuit eeuwigheid in de wereld van ruimte en tijd werkt en handelt. De mens is niet alleen schepsel maar ook schepper. 

Dit is al een zeer oude wijsheid en die vind je bijvoorbeeld in het Oude Testament in de 8e Psalm:  

Als ik Uw hemel aanzie, het werk van uw vingers:, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;

Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?

En hebt hem maar weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?

Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;

Schapen en ossen, alle die; ook mede de dieren des velds.

Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee; hetgeen de paden der zeeën doorwandelt.

O Heer, onze Heer! hoe heerlijk is Uw Naam op de gehele aarde!

De Heer die de mens met heer-lijkheid kroont! 

Er zijn joodse legenden waarin de engelen zich hierover verwonderen. In die legenden  blijkt de mens iets te kunnen wat uniek is: het vermogen namen te geven aan de wezens en de dingen die geschapen zijn. 

Waarschijnlijk komt daaruit ook dat andere vermogen voort : ook namen kunnen geven aan wezens en dingen die er nog niet zijn: we noemen dat plannen, scheppen, creëren.  

Hoe wordt je creatief?  

Daarvoor mag je in de leer bij de Grote Schepper. Dat maakt je deemoedig maar tegelijk ook vreugdevol. En daar word je creatief van. Creatief hoeft niet hoogdravend te zijn. Iets maken, iets versieren, iets aandacht geven is creëren. Er ontstaat iets wat er daarvoor niet was.  

Hoe is dat voor de schepping die er al is? 

De winterzon, de wolkensluiers, de regen. de wind, de takken van de bomen, de kleine dieren die hun schuilplaatsen gevonden hebben, de vluchten der vogels: misschien willen zij òòk wel graag bij ons binnen komen. Net als wanneer je gewandeld hebt en eenmaal binnen in huis het zo anders is dan voor je aan de wijde wandeling begon. De wereld die er al is wil aanschouwd en verinnerlijkt worden en van daaruit opnieuw tot expressie gebracht. Zo wordt liefde bij wijsheid gevoegd. 

Nodig de wereld uit inkeer te houden in je ziel. Daar kiemt die andere wording die groeit en rijpt. Die betreft de wereld die er eigenlijk nog helemaal niet is, maar ook weer wel, omdat die leeft vanuit de voortbrengsels van de menselijke geest. Het is fijn als al het mooie en grootse maar ook het droevige en aangrijpende en zware van de oude wereld daarin hun plekje vinden, in gedichten, schilderijen, muziek, dans, in dankbare en vragende gebeden, in verhalen en legenden. 

We voelen allemaal de kracht van wat uit de mens wordt voortgebracht.  Het beïnvloedt hemel en aarde. We zijn als mensen arken van Noach, waar alle creatuur haar plekje heeft. 

Maar het immorele dan? Wat als we de wereld kapot maken?

Eén van de redenen waarom we als religieuze gemeenschappen moeten ophouden te moraliseren is omdat moraliteit zelf het domein is geworden van de individuele mens. Telkens blijkt dat moraliteit van buiten af niet meer werkt. Men probeert dat nog wel, maar het heeft zijn kracht verloren en men is er te laat mee. Het hoort thuis in de kindertijd.  Daar is het werkzaam. Eenmaal volwassen kunnen mensen alleen nog zelf hun opvoeding ter hand nemen. Gelukkig doen veel mensen dat. 

Natuurlijk krijgt met de onontkoombare individualisering van de mens het immorele alle ruimte naast de vrije moraliteit. Dat kan niet anders. Dat is een gevolg van vrijheid. Maar toch blijkt ook dat moraliteit een menselijk oervermogen is. Wanneer je goed kijkt zie je hoe wereldwijd mensen vanuit hun moraal handelen. 

Misschien werd de journalist Rutger Bregman daardoor geraakt en legde hij rekenschap daarover af in zijn boek De meeste mensen deugen. ( tekst in oranje = link) 

We zullen er ondertussen wel tegen moeten kunnen dat het immorele en het morele vooralsnog beide naast elkaar zullen bestaan,  dat het niet een kwestie betreft, die we voor eens en altijd even afdoende kunnen regelen. Dat zou naïef zijn. 

Waar handelen vanuit de werkelijk vrije moraal ontstaat, is dat creatief, verantwoordelijk, liefdevol, origineel, verbindend, compassioneel en erkennend. Als je zegt dat dat allemaal niet bestaat dan kijk je niet goed. Als je het dan toch wilt zien dan moet je dus beter leren kijken. Gelukkig kan je dat altijd leren. 

De relatie tussen deemoed en kracht

De schepperkracht in de mens is aangereikt vanuit geesteshoogten en wereldwijdten. Deemoed is ontzettend belangrijk daarbij.  Want die maakt dat je je de herkomst van deze kracht herinnert. En dat maakt die kracht sterker. 

Je bezinnen op de hoogten en de wijdten van onze wereld is het ziele-gebaar van Advent. Het verschijnt in de apokalyptische evangeliën van Lukas 21 of van Markus 13 ( 24-37) in het groot en dan eigenlijk nòg een maat groter maar dan niet meer in fysiek-ruimtelijke zin in de verkondiging aan Maria en in haar antwoord: 

Zie, ik ben de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord” en in haar hymne: Wijd wordt mijn ziel, u prijzend Heer, beide te vinden in Lukas 1.

Uit hemelhoogten en aardewijdten wordt de nieuwe mens geboren. In en vanuit de nieuwe mens ontstaat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Om minder gaat het niet. Maria draagt dit Christus-mysterie.

Een hartelijke Adventsgroet!

Nina


Voetnoot: 

*) “Einkehren“ komt voor in Du bist die Ruh, een gedicht van Friedrich Rückert dat Franz Schubert op muziek gezet heeft.

Kijk op https://www.youtube.com/watch?v=J1CGdSCyrO0 voor een beroemde vertolking in 1951 van bariton Dietrich Fischer-Dieskau met vaste pianobegeleider Gerald Moore

of https://www.youtube.com/watch?v=mkvDiSnBxtg met sopraan Barbara Bonney, datum opname en naam begeleider mij niet bekend.

Zoals wel vaker heeft een tekst die met liefde te maken heeft tegelijk de grotere octaaf van  een religieuze dimensie. Als je Duits kunt lezen, het gedicht gaat zo:

Du bist die Ruh,

Der Friede mild,

Die Sehnsucht du

Und was sie stillt.

Ich weihe dir

Voll Lust und Schmerz

Zur Wohnung hier

Mein Aug und Herz.

Kehr ein bei mir,

Und schließe du

Still hinter dir

Die Pforten zu.

Treib andern Schmerz

Aus dieser Brust!

Voll sei dies Herz

Von deiner Lust.

Dies Augenzelt

Von deinem Glanz

Allein erhellt,

O füll es ganz!